Onze voorstellen Ruimtelijke ordening

 

De manier waarop we onze stad inrichten heeft een enorme impact op de mogelijkheden om er achteraf in te leven. Voor Jong Groen is de stad een plaats om te wonen, te leven, naar school te gaan, te werken en handel te drijven.

Kortrijk is de enige Vlaamse centrumstad waar nog steeds meer mensen vertrekken dan er bij komen. Vooral jongeren en jonge gezinnen trekken weg uit onze stad. Volgens ons moet er sterk geïnvesteerd worden om onze stad weer leefbaar en dus aantrekkelijk te maken.


Ruimtelijke ordening gaat over betaalbaar wonen:

Het is voor jonge alleenstaanden en jonge gezinnen heel erg moeilijk om een betaalbare woning te vinden die voldoet aan de hedendaagse comfortnormen  in onze stad. Daarom moet de stad sterk inzetten op het ondersteunen van deze (nieuwe) bewoners:

–          Een duidelijk, niet steeds wisselend, premiestelsel dat renovatie maximaal ondersteund. Renovatie moet de norm worden. Het stadscentrum moet opgewaardeerd worden als woonzone.

–          Het project bouwblokrenovatie moet overgenomen worden naar andere delen van de stad. Er zijn nog steeds heel wat woningen van lage kwaliteit in onze binnenstad. De stad moet zwaar investeren in het verhogen van de woonkwaliteit en zo jonge gezinnen (en ook alleenstaanden) aantrekken. Renovatie is de norm, eerder dan nieuwe verkavelingen.

–          De stad moet het voortouw nemen in het opzetten van een hedendaags woonbeleid en experimenten rond vernieuwende woonformules ondersteunen. Jonge gezinnen die samen een groot pand aanschaffen om op te delen in verschillende wooneenheden moeten ondersteund worden.  Zo kunnen we de leegstand gedeeltelijk wegwerken en wordt wonen opnieuw betaalbaar.

Ruimtelijke ordening gaat voor een efficiënt woonbeleid:

In onze stad zijn er nog steeds 5 sociale huisvestingsmaatschappijen, het Stadsontwikkelingsbedrijf (SOK) speelt een grote rol, er is een schepen van ruimtelijke ordening,… Veel spelers op een klein veld. Het ontbreekt vaak aan duidelijkheid. Daarom willen we in de toekomst efficiënter aan de slag:

–          De stad neemt uitdrukkelijk de regierol in het woonbeleid op. Instrumenten zoals sociale huisvestingsmaatschappijen en het SOK voeren het uitgestippelde beleid dan uit. Het aantrekken van nieuwe inwoners en de leefbaarheid moeten de 2 belangrijkste criteria zijn. We willen een college van burgemeester en schepenen dat samenwerkt met projectontwikkelaars, niet hun slaaf wordt.

–          De 5 sociale huisvestingsmaatschappijen moeten fusioneren. Het is volgens ons niet mogelijk om een ernstig sociaal woningenbeleid te voeren met veel verschillende spelers. Ook het feit dat enkel politieke (machts)argumenten meespelen om deze 5 maatschappijen in stand te houden maakt dat we hier zo snel mogelijk een einde moeten aan maken. Goed beleid is belangrijker dan politieke spelletjes en machtsverdelingen.

–          Er is heel wat leegstand in de stad. Niet alleen woongelegenheden maar ook handelspanden staan vaak leeg. Er moet in de volgende legislatuur een integrale aanpak van die leegstand komen. De reconversiegedachte zoals bij de ‘Puck-site’ in Heule genieten onze voorkeur.

Ruimtelijke ordening creëert veiligheid:

Tegenwoordig worden de Kortrijkse parken kaalgeschoren onder het mom van onveiligheid. Jong Groen Kortrijk vindt dit een foute aanpak. Toch zijn er linken te maken tussen de inrichting van de ruimte en (on)veiligheid. Daarom stellen we voor om:

–          De plaatsen waar zich een verhoogd onveiligheidsgevoel voor doet (Zwevegemsestraat, Stationsbuurt,…) opnieuw ruimtelijk in te richten. Zeker bij de heraanleg van de stationsomgeving moet er meer ruimte gecreëerd worden om te wachten op bus of trein en moeten de fietsstallingen in het zicht komen.

–          Bij de heraanleg van straten en pleinen moeten de zwakke weggebruikers prioriteit krijgen. Jong Groen pleit voor het stop-principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Privé-vervoer). De publieke ruimte is in de eerste plaats voor de zwakke weggebruikers.

–          Het kan voor Jong Groen niet dat er in de binnenstad jarenlang grote stukken grond onbebouwd blijven liggen. Speculeren op een stijgende grondprijs mag niet primeren op de netheid en veiligheid. Dergelijke stukken grond geven immers een vuile en onveilige uitstraling aan de binnenstad. Ze tijdelijk als parkeerplaats gebruiken ondergraaft het mobiliteitsbeleid van de stad en kan dus niet langer.

Ruimtelijke ordening creëert sociale samenhang:

De ruimte in de stad, deelgemeenten en wijken is voor Jong Groen prioritair om in te wonen en leven. We moeten de ruimte dan ook zo inrichten dat ze daarvoor gebruikt kan worden. Vandaag kiest men er in Kortrijk voor om zo veel mogelijk openbaar domein tot parking te maken.

–          De straten van onze stad moeten opnieuw de leefbaarheid van de bewoners centraal zetten en niet de vlotte doorstroom van de passanten. Dat betekent minder auto’s laten rijden en parkeren in de stad. De vraag is niet ‘waar moet ik dan mijn auto zetten?’ maar wel ‘waar zal mijn kind dan spelen?’.

–          Parken, pleinen en straten worden nu vaak functioneel ingericht. Volgens Jong groen moeten er speelkansen komen op de pleinen in de binnenstad, publieke BBQ’s in de parken en groene linten doorheen de stad waar de inwoners elkaar kunnen ontmoeten.

–          Het is duidelijk dat er zich stilaan concentratiegebieden en straten aan het vormen zijn en dat er zich op die manier een soort sociale segregatie aan het aftekenen is in de stad. Voor Jong Groen Kortrijk is dat onaanvaardbaar. Er moet een sociale mix nagestreefd worden in de volledige stad.

Ruimtelijke ordening zet in op efficiënt gebruik van de schaarste ruimte:

Het hoeft geen betoog dat er nog weinig open ruimte is. Aan de andere kant stellen we vast dat de ruimte vaak niet optimaal wordt ingevuld. Daarom moet de stad Kortrijk inspanningen leveren om het gebruik van de ruimte beter te organiseren.

–          In de binnenstad zijn heel wat scholen die een grote oppervlakte innemen die tijdens het weekend, ’s avonds en in de vakanties soms leeg staat. De speelplaatsen als speelruimte inzetten in het weekend en de lokalen voor sociaal-culturele organisaties betekent dubbele winst. Er komt sociale controle op deze plaatsen en de reeds bestaande ruimte kan ondersteunend werken naar kinderen, jongeren en organisaties.

–          Het staat voor Jong Groen vast dat er een nieuwe fuifzaal moet komen in de binnenstad. Toch denken we dat ook de (semi-) stedelijke infrastructuur optimaler benut kan worden. In de convenanten tussen de stad en deze spelers moeten inspanningen van de organisaties beloond worden die hun ruimte delen met derden.

–          Ruimtelijke ordening hangt nauw samen met mobiliteit. Er moeten fiets- en wandellinten doorheen de stad komen zodat voetgangers en fietsers de stad van alle kanten op een veilige manier kunnen binnen komen.

Ruimtelijke ordening is meer dan het ordenen van stenen:

De laatste zes jaar kregen we vaak de indruk dat ruimtelijke ordening de speeltuin was geworden van bouwpromotoren, immobiliënkantoren en projectontwikkelaars. Deze visie strookt niet met de onze. Jong groen Kortrijk wil dat ruimtelijke ordening ook op andere zaken inzet: de stad bepaalt hoe de ruimte gebruikt zal worden, daar kunnen private spelers op intekenen en niet omgekeerd.

–          Er is in onze verstedelijkte omgeving nood aan heel wat extra groene ruimte en die moet er in de volgende legislatuur zeker komen. De invulling van de reservatiestroken van de N50C en de N328 moet groen zijn. Het Heerlijke Heulebeek project moet eindelijk gerealiseerd worden, het groen lint zuid moet versneld aangelegd worden en uitgebreid worden,… Onze kinderen groeien op met ‘puffers’, onze kleinkinderen hopelijk niet meer.

–          Lawaai is één van de hoofdoorzaken voor de leegloop van de stad. Daarom moet er een lawaai-actieplan komen dat de leefbaarheid van de binnenstad en alle straten waar de bewoners zelf aangeven dat er een probleem is. Daarna moet de stad het omgevingslawaai aanpakken. Spelende kinderen zijn voor ons geen lawaai, we zijn er dan ook voorstander van om dat in het gemeentelijk politiereglement in te schrijven.

–          Naast lawaai is ook het fijn stof in onze regio een groot probleem. De problemen met het fijn stof maken de stad onaantrekkelijk voor jonge gezinnen. Daarom moet het volgende stadsbestuur werk maken van echte oplossingen. Zo wordt wonen in Kortrijk opnieuw aantrekkelijk.

Ruimtelijke ordening is meer dan prestige.

Ruimtelijke ordening sprong de voorbije jaren van het ene prestigeproject naar het andere. Voor ons moet het hoofddoel de leefbaarheid en het aantrekken van jonge gezinnen zijn. Het mag duidelijk zijn dat je dat niet doet met erg dure grote appartementen. De schaarse plaatsen waar jongeren zich thuis voelen in de stad moeten versterkt worden en niet afgebroken.

–          Dossiers zoals de Vlasmarkt moeten in de toekomst absoluut vermeden worden. De jongerenplaatsen moeten versterkt worden, niet afgebroken. De Vlasmarkt moet in de eerste plaats een horecaplein blijven waar jongeren zich thuis voelen.

–          Onderzoek geeft aan dat bewoners buurtwinkels, dienstverlening, publieke ruimte en scholen in hun onmiddellijke omgeving willen. Dat zorgt er ook voor dat er minder verplaatsingen met de auto noodzakelijk zijn en de verkeerveiligheid en de leefbaarheid dus toe neemt. Bij het aanleggen van nieuwe wooneenheden moet daar rekening mee gehouden worden.

–          Omdat mensen die het financieel niet breed hebben de investeringen waarvoor subsidies bestaan niet kunnen pré-financieren zet het OCMW een systeem op waarbij facturen ter waarde van de subsidie rechtstreeks door het OCMW betaald kunnen worden.

Ruimtelijke ordening op kinder- en jongerenmaat:

Waar andere steden er al (jaren) in slagen om kinderen en jongeren te betrekken bij de heraanleg van de publieke ruimte blijft Kortrijk hopeloos achter. Toch is al meermaals bewezen dat hun inbreng de kwaliteit kan verhogen, ook al mogen ze nog niet stemmen.

–          Of het nu met een speelweefsel is, een gedifferentieerd aanbod, kleine ingrepen of via een speelplan is, één ding is zeker: spelen is de core business van kinderen. Ze zijn er expert in en moeten betrokken worden bij het aanleggen van de vele nieuwe speelkansen die nodig zijn in onze stad. Kinderen moeten overal kunnen spelen en niet enkel in speelreservaten.

–          Het idee is dan wel niet nieuw maar het blijft geweldig: vul minstens één van de ziekenhuizen die leeg komen te staan in met een hogeschool en haal zo de studenten naar je binnenstad. Dat komt de leefbaarheid te goede.

–          Voor lokalen die gebruikt worden door jeugdwerkorganisaties moet een fonds opgericht worden om versneld hun lokalen beter te isoleren zodat hun energiefactuur, die ze sinds deze legislatuur voor 1/5 zelf moeten dragen, kan dalen.

Ruimtelijke ordening langs groene en blauwe aders in onze stad:

De blauwe adres in onze stad kent iedereen: de Leie en het kanaal Kortrijk-Bossuyt. De groene aders zijn minder zichtbaar of moeten nog gecreëerd worden.

–          In navolging van het masterplan voor de Leieboorden moet een analoge oefening komen rond de heraanleg van de kanaalzone. Daarnaast moet ook werk gemaakt worden van de heraanleg van de Leie-arm aan de Broeltorens. Het plan om de leiboorden te verlagen  (trapsgewijs en met terrassen) kan alvast rekenen op steun van de stad.

–          Daarnaast moeten we ook groene assen door onze stad trekken. Het begijnhofpark verbinden via een groene Houtmark met Het Plein bvb.

–          Als Howest het stuk grond waarop nu het containerpark is gevestigd in gebruik wenst te nemen dan mag daar geen parking op komen. We gaan volledig voor de visie ‘leven naar de stad’ en daar past extra parking niet in. Enkel een functie/gebouw dat aansluiting maakt met de Leie. Vanaf dat punt tot aan de Broeltorens worden de kaaien autovrij gemaakt. De enige parking die daar nog kan moet voorbehouden worden voor bewoners en kortparkeren (pistoletkwartiertje).

Ruimtelijke ordening gaat ook over de deelgemeenten en wijken.

Het huidige bestuur kiest vaak voor het centrum om op in te zetten. Heule kennen ze enkel als het gaat over nieuwe verkavelingen. Een dergelijk éénzijdige aanpak is voor ons niet oké.

–          Ook de leefbaarheid van de deelgemeenten moet verbeterd worden. Het centrum van Heule en Bissegem moet minder verkeer te slikken krijgen. De dorpspleinen moeten leefplekken worden en geen parking/snelweg.

–          De open ruimte ten zuiden van Kortrijk moet behouden blijven. Nieuwe open ruimte bebouwen kan niet in Kooigem, Rollegem, Bellegem en Aalbeke. Via een stevig openbaar vervoer moeten deze deelgemeenten beter verbonden worden met de stad. Zo blijven die deelgemeenten ook voor jongeren en jonge gezinnen aantrekkelijke woonplekken.

–          Het afbouwen van de dienstverlening in de deelgemeenten maakt hen minder aantrekkelijk. Daar willen we met Jong Groen niet aan meewerken. Ook in de deelgemeenten moet de dienstverlening maximaal zijn. Daarnaast moeten er ook in de binnenstad nieuwe diensten komen: een OC en een mini-containerpark om er maar enkele te noemen.

Het mag duidelijk zijn dat ruimtelijke ordening een prioritaire post zal zijn in het komende college. De schepen van ruimtelijke ordening is inderdaad zo veel meer dan een schepen van huizen en appartementen. Hij of zij legt de eerste laag op onze stad waar dan alle functies en diensten zich op enten. Die eerste laag moet participatief, doordacht en geïntegreerd tot stand komen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s